Bekijk alle berichten van tinekehei | Waarschuw de redactie
Wat zou je er zelf van vinden om in een restaurant geweigerd te worden vanwege je te grote lengte...
De lucht is grauw en vochtig, de novembertemperatuur is veel te hoog naar onze menselijke maatstaven en in de met rode bessen overladen hulststruik zit een houtduif zijn buik vol te eten. Ik betrap me erop dat ik dat niet leuk vind omdat ik die bessen meer gun aan de koperwieken en kramsvogels die hopelijk nog langs komen. Ik heb er nog niet een gezien. Eigenlijk schaam ik me voor de opkomende weerstand tegen de aanwezigheid van die houtduif. Hoewel veel mensen een aversie hebben tegen dit beest, behoort hij toch gewoon tot onze inheemse vogelfauna en waarom zou hij minder recht hebben op de vaderlandse bessen als de buitenlanders die bij ons komen halen wat in hun noordelijke leefgebieden niet meer te vinden is en die weer vertrekken als hier alles genuttigd is!
Nu is het wel zo dat houtduiven vergeleken met bijvoorbeeld kool- of pimpelmees, erg grote magen hebben waar ook heel veel in kan. Als de duiven eenmaal de voederplank ontdekt hebben, verdwijnt het daar neergelegde strooivoer als sneeuw voor de zon en dat is niet de bedoeling van de mens die graag de vogels voert. Nee, wij willen alleen maar leuke kleine vogeltjes, hoe meer, hoe liever. Een merel is leuk, een roodborst nog leuker en de kleine winterkoning is het summum! Duiven, gaaien, kauwen en eksters zie we liever gaan dan komen!
Hoe zou dat komen, die voorliefde voor het kleine grut! Bij vrouwen appelleert wat klein is en lief oogt, waarschijnlijk aan hun moederlijke neigingen te verzorgen en te beschermen. Wij vrouwen zijn immers zoogdieren die, net als in de natuur, hun jongen beschermen tegen alles wat hen bedreigt of aanvalt. En dat mechanisme blijft intact ook nadat de periode van jongen al lang voorbij is. Of klopt deze redenatie niet? Ook kinderen vallen immers op alles wat klein en aaibaar is. Maar dat is misschien weer het gevolg van het feit dat kleine baby’s al in hun wiegjes liggen met zachte knuffeltodjes naast hun hoofdjes. Mannen dan, vallen die ook op klein en knuffelbaar of houden die meer van groot en stoer? Ik zie wel opvallend veel mannen met grote honden voorbij komen, op weg naar het bos. Zelden zie je een man passeren met een minuscuul hondje aan de lijn.
Maar hoe zit het dan met de bijzondere maar forse vogels als kramsvogel, notenkraker, koperwiek. Die verwelkomen we weer met open armen en volop lokvoer. We gunnen een goudvis aan de ijsvogel en een pimpelmees aan de sperwer. Want wat je niet vaak te zien krijgt, is van harte welkom in de tuin. Hier komt de bij de mens ingebouwde hebzucht weer de kop opsteken: wat niemand heeft, willen wij juist graag hebben! Merkwaardige wezens zijn we, onberekenbaar en onlogisch.
Ik ga maar een paar gescheiden voerplekken in onze tuin creëren. Een met kippengaas overdekte voor de kleine vogelgasten en een aparte, vrij toegankelijke voerplek voor de grote exemplaren want ik wil niet de hele winter met een schuldgevoel naar buiten zitten kijken als de houtduif of de gaai met zijn hongerige maag wanhopig naar het rijkelijk gevulde maar onbereikbare vogelbuffet zit te staren!
Tineke Heidenis – www.natuurfragmenten.nl
Alleen geregistreerde bezoekers kunnen hier reageren. Ga naar registreren of inloggen.